Van Alverzoening tot aan uitverkiezing
- Leo van Wijngaarden

- 12 jun
- 2 minuten om te lezen
Je hoort wat om je heen over ‘Alle mensen zijn kinderen van God’ tot aan ‘alleen degene die God uitverkiest zullen naar de hemel gaan. Het antwoord is eigenlijk helemaal niet moeilijk of complex.
Als je de hele Bijbel leest, van Genesis tot Openbaring, dan kom je uit bij een antwoord dat twee waarheden tegelijk vasthoudt:
1. De mens kan zichzelf niet redden.
2. De mens wordt wel opgeroepen om te reageren op Gods aanbod van redding.
Het probleem ontstaat vaak wanneer mensen één van die twee waarheden losmaken van de andere.
De mens kan zichzelf niet redden
Vanaf Genesis zien we dat de mens gevallen is. Adam en Eva konden hun eigen schuld niet oplossen. Israël kon zichzelf niet redden door de wet te houden. De offers konden de zonde niet definitief wegnemen.
Paulus schrijft:
“Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen.”
(Efeze 2:8-9)
De Bijbel is hierin consequent: geen mens kan door goede werken, religieuze prestaties, heilig leven of eigen inspanning redding verdienen.
Maar de mens moet wel antwoorden
Tegelijkertijd roept God mensen voortdurend op om te reageren.
* Noach moest de ark binnengaan.
* Israël moest het bloed aan de deurposten smeren.
* Mensen moesten zich bekeren.
* Jezus predikte: “Bekeer u en geloof het Evangelie.”
* Petrus zei op Pinksteren: “Bekeer u.”
God doet het reddende werk, maar de mens wordt wel opgeroepen daarop te antwoorden.
Jezus zegt:
“Wie in Hem gelooft, gaat niet verloren maar heeft eeuwig leven.”
(Johannes 3:16)
Het geloof redt niet omdat geloof een verdienstelijk werk is, maar omdat geloof de hand is die ontvangt wat God schenkt.
Een mooi beeld
Stel dat iemand verdrinkt.
Een redder springt in het water, zwemt naar hem toe, grijpt hem vast en brengt hem naar de kant.
De verdrinkende persoon heeft zijn eigen redding niet bewerkt. De redder deed alles.
Maar als de verdrinkende persoon zich blijft verzetten en weigert zich te laten redden, ontstaat er een probleem.
Zo spreekt de Bijbel zowel over Gods initiatief als over menselijke verantwoordelijkheid.
Wat is de conclusie van de hele Bijbel?
De meest evenwichtige conclusie is:
Nee, je kunt niets toevoegen aan het volbrachte werk van Christus. Je kunt je redding niet verdienen, verbeteren of aanvullen.
Maar:
Ja, God roept je wel op om je te bekeren, te geloven en Christus te ontvangen. Die reactie is niet de oorzaak van de redding, maar wel de manier waarop je deel krijgt aan wat Christus heeft volbracht.
Of zoals Paulus zegt:
“Werk aan uw eigen zaligheid met vrezen en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen.”
(Filippenzen 2:12-13)
De Bijbel eindigt dus niet bij: “God doet alles, de mens hoeft niets.”
Maar ook niet bij: “God doet een deel en de mens doet de rest.”
De Bijbel eindigt bij: God is de bron, de initiatiefnemer en de voltooier van de redding, terwijl de mens verantwoordelijk is om in geloof te antwoorden op Gods genade. Dat is de spanning die van Genesis tot Openbaring zichtbaar blijft.




Opmerkingen