top of page
Zoeken

De religieuze geest die jouw naam draagt...

Binnen onze evangelisch-charismagische christelijke bubbel hoor je regelmatig spreken over een "religieuze geest". Wanneer er iets gebeurd wat onze religieuze activiteiten verstoort of er zijn mensen in onze omgeving die veel nadruk leggen op regels, prestaties of tradities, klinkt al snel de benoeming van een religieuze geest of macht.


Maar wat als ik een ongemakkelijke vraag stel?

Wat als die religieuze geest helemaal niet bestaat?


Nergens in de Bijbel lezen we over een demon die "de religieuze geest" heet. Jezus sprak wel veel over religiositeit, maar opvallend genoeg wees Hij daarbij niet naar een demonische macht. Hij wees naar het menselijke hart. Naar ons!


Dat maakt de zaak ineens een stuk ongemakkelijker.


Want het is veel eenvoudiger om een geest de schuld te geven dan in de spiegel te kijken.

De farizeeën uit de tijd van Jezus waren niet bezeten door religie. Zij waren ervan overtuigd dat hun eigen daden en praktijken hen dichter bij God bracht. Hun probleem was niet allereerst een demonische invloed, maar hoogmoed, angst, veroordeling, controle en zelfrechtvaardiging. Eigenlijk dezelfde dingen waar wij vandaag nog steeds aan mee doen!


Hoe vaak proberen wij niet stiekem Gods goedkeuring te verdienen?


Hoe vaak meten wij onze geestelijkheid niet af aan ons gebedsleven, onze bediening, ons rotsvaste geloof, onze kennis of onze inzet?


Hoe vaak vergelijken wij onszelf niet met anderen om onszelf vervolgens beter of slechter te voelen?


Waarom moeten wij onze religieuze daden delen op onze socials?


Dat is niet een religieuze geest die ergens in of rondom ons rondwaart. Dat zijn wij!


Het oude vlees vanuit de zondeval mist voortdurend de aanwezigheid van God. Het wil grip houden. Dingen doen. Het wil iets bijdragen aan zijn eigen redding en wil zich geliefd voelen. Het wil graag een reden hebben waarom God tevreden zou moeten zijn.


En juist daar sluit de grote aanklager op aan!


Hij hoeft ons vaak niet eens nieuwe leugens te vertellen. Hij versterkt eenvoudig de onzekerheden die al in ons hart aanwezig zijn. Hij fluistert dat we tekortschieten, dat we harder moeten werken, meer moeten doen en beter ons best moeten doen om Gods liefde waard te zijn. We zullen, we moeten, we moeten geloof hebben. Lukt het niet dan toch.


Maar het evangelie verbreekt die hele cyclus.

Niet omdat er een religieuze geest wordt uitgedreven, maar omdat het reddende werk van Jezus Christus onze zelfrechtvaardiging volledig ontmantelt.


Bij het kruis blijft er namelijk niets over om op te roemen. Geen prestaties. Geen verdiensten. Geen geestelijke cv. Het is God zelf die ons heeft uitverkoren, niet andersom. Alleen genade.

Misschien zouden we daarom minder moeten spreken over een religieuze geest en vaker eerlijk moeten erkennen wat Paulus ontdekte: het grootste probleem zat niet buiten hem, maar in hem.


En juist daar ontmoette hij Christus.

Niet als aanklager. Maar als Redder.


En die geest van religie?

Alle demonische machten zijn religieus. Ze sidderen van angst wanneer de naam van Jezus Christus klinkt!

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
bottom of page