De verbanning uit het paradijs: straf of genade?
- Leo van Wijngaarden

- 6 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Veel mensen lezen het verhaal van Adam en Eva als het verhaal van een boze God. Een God die twee mensen betrapt, hen straft en vervolgens de hof van Eden uitzet.
Maar is dat werkelijk wat er staat?
Wanneer je Genesis zorgvuldig leest, ontdek je iets verrassends. Al op de eerste bladzijden van de Bijbel schittert Gods genade.
Ja, Adam en Eva zondigden. Ze kozen ervoor zelf te bepalen wat goed en kwaad was. Niet langer afhankelijk van God, maar onafhankelijk. De gevolgen waren ingrijpend. De zonde bracht gebrokenheid, schaamte en uiteindelijk de dood.
Toch is Gods eerste reactie niet vernietiging.
Hij zoekt hen op.
Hij roept: “Waar ben je?”
Hij maakt kleding van dierenhuiden om hun schaamte te bedekken.
En vervolgens gebeurt iets wat vaak als straf wordt gelezen, terwijl er misschien nog wel meer liefde in schuilt dan oordeel.
God stuurt hen uit de hof.
Waarom?
De Bijbel geeft zelf het antwoord:
“Nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven.” (Genesis 3:22)
Met andere woorden: God voorkomt dat de mens voor eeuwig blijft leven in zijn gevallen toestand. Stel je eens voor. Een wereld vol haat, ziekte, oorlog, angst en dood… zonder ooit te kunnen sterven. Dat zou geen zegen zijn, maar een eeuwige gevangenis.
Zelfs in het oordeel klinkt Gods genade door.
En dan zijn er nog die twee bomen.
Waarom plaatste God überhaupt een boom waarvan niet gegeten mocht worden?
Omdat liefde nooit kan bestaan zonder vrijheid.
God wilde geen robots die automatisch gehoorzamen. Hij verlangde naar mensen die Hem vrijwillig zouden vertrouwen. De boom van de kennis van goed en kwaad was uiteindelijk geen proef over een stuk fruit, maar een vraag die nog steeds aan ieder mens wordt gesteld:
Vertrouw je Mij, of wil je zelf bepalen wat goed en kwaad is?
Die vraag klinkt vandaag nog net zo actueel als in Eden.
Het bijzondere is dat de Bijbel niet eindigt met een gesloten poort.
Hij eindigt met een geopende stad.
In Openbaring staat de boom des levens er opnieuw. Niet langer bewaakt door cherubs, maar bereikbaar voor iedereen die leeft uit de genade van Christus.
Wat in Genesis verloren leek, wordt in Jezus volledig hersteld.
Dat is het verhaal van de hele Bijbel.
Niet een God die uit is op straf, maar een God die vanaf de eerste bladzijden al bezig is met redding.
Gods genade begon niet bij Golgotha.
Gods genade begon niet pas in het Nieuwe Testament.
Gods genade klonk al door in Eden.
En daarom durf ik het met overtuiging te zeggen:
Gods genade is.
Gods genade was.
En Gods genade zal altijd komen.




Opmerkingen