Wanneer zalving groter wordt dan karakter
- Leo van Wijngaarden

- 31 jan
- 2 minuten om te lezen
Er is iets fascinerends aan groot leiderschap. Mensen die spreken met vuur, die beweging brengen, die anderen in beweging zetten. In elke generatie staan zulke figuren op: visionair, overtuigend, ogenschijnlijk onvermoeibaar. En vaak gebeurt er ook écht iets goeds door hen heen. Mensen worden geraakt, geïnspireerd, geactiveerd.
Maar juist daar schuilt een oud en bekend risico.
De Bijbel is opvallend nuchter over leiderschap. Niet indrukwekkend, maar doorzichtig. Niet onaantastbaar, maar aanspreekbaar. Niet gebouwd op uitzonderingsposities, maar op voorbeeldgedrag. De apostelen worden nooit beschreven als sterren, maar als dienaren. Hun gezag lag niet in hun charisma, maar in hun leven.
Toch zie je in de kerkgeschiedenis – en ook vandaag – hoe gemakkelijk de volgorde omdraait. Eerst vrucht, dan karakter. Eerst impact, dan toetsing. Zolang het groeit, werkt en mensen enthousiast zijn, durft bijna niemand te vragen: hoe wordt dit gedragen? En door wie wordt deze leider zelf gedragen?
Een fundamenteel bijbels principe raakt dan op de achtergrond: niemand staat boven correctie. Niet omdat mensen slecht zijn, maar juist omdat ze mens zijn. De Schrift veronderstelt begrenzing, meervoudig leiderschap, wederzijdse onderwerping. Waar dat verdwijnt, ontstaat ruimte voor eenzaamheid aan de top – en eenzaamheid is zelden een veilige voedingsbodem voor waarheid.
Ook taal speelt hierin een rol. Wanneer woorden als “roeping”, “zalving” en “God sprak tot mij” functioneel worden ingezet om richting te bepalen of weerstand te neutraliseren, verschuift geestelijk gezag ongemerkt naar geestelijke druk. Dan wordt God niet meer gevreesd, maar ingezet.
Opvallend is dat de Bijbel leiders niet beoordeelt op hun piekmomenten, maar op hun wandel. Op hoe ze omgaan met geld. Met kritiek. Met eer. Met mensen die hen tegenspreken. Grootheid wordt niet gemeten aan bereik, maar aan bereidheid om te buigen.
Misschien is dat wel de meest ongemakkelijke waarheid voor elke bediening: het Koninkrijk van God groeit niet door onbegrensde leiders, maar door begrensde mensen die zich laten dragen, corrigeren en vormen. Door mensen bij wie het kruis niet alleen in de boodschap zit, maar ook in de structuur.
De kerk hoeft geen helden te produceren. Ze heeft vaders en moeders nodig. Geen onaantastbare stemmen, maar betrouwbare levens.
En misschien is dát wel de meest krachtige vorm van getuigenis in een wereld die genoeg podium heeft, maar hunkert naar waarheid.




Opmerkingen